Geschreven door katja op 25 januari 2020 08:06

Every child deserves a family not an orphanage’ ?

Lieve mensen, vandaag een heel ander soort blog. Ik ben hier de hele week mee bezig geweest. Ik ben benieuwd wat jullie hiervan vinden. 

For the English translation; See below. 

Ik las een voor mij bijzonder bericht op Linkedin. Daarop zag ik dat 12 Ngo’s samen een pact hadden gesloten. Zie hieronder mijn reactie.  

‘ A child deserves a family not an orphanage’ 
The basis for a child’s right to grow up in a family is enshrined in the UN Convention on the Rights of the Child, the UN Convention on the Rights of Persons with Disabilities and the UN Guidelines on Alternative Care for Children. 

Research shows that more than 80 percent of children in institutions (orphanages) worldwide have at least one living parent and/or other family members who could care for them given the right support. In addition, over 60 years of research shows that growing up in an orphanage is harmful to cognitive, emotional and social development. Children develop best in a safe family environment. 

Ik vind het nogal iets om deze stelling zo te poneren. Mogelijk door mijn achtergrond als Ngo van een tehuis voor kinderen met een beperking in India voel ik mij aangesproken om hierop te reageren.  
Laat ik voorop stellen dat ik weet dat alle Ngo’s het beste willen voor elk kind. En ook ik wens dat ieder kind, in welk werelddeel ook, zou kunnen opgroeien bij zijn of haar ouders en/of familie. Maar in de praktijk werkt dat helaas niet altijd.  

Wat mij vooral raakt in de stelling: “a child deserves a family not an orphanage”, is dat deze niet genuanceerd is. Hierdoor wordt er geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende tehuizen en ook niet tussen de thuissituaties van de kinderen. Ik zal hieronder opnoemen waarom dit pact bij mij veel vragen oproept. 

• In India, een land waarin religie een hele belangrijke rol speelt, heerst er nog steeds een stigma op kinderen en mensen met een beperking. Bij ouders heerst naast verdriet ook schaamte. Zeker in de afgelegen gebieden, waar veel mensen in India wonen, is er weinig of geen kennis over de verschillende handicaps. Daarnaast is er zeer weinig tot geen (para)medische hulp voor kinderen met een beperking en ook aangepast onderwijs is in India niet vanzelfsprekend.  
• Ook in India is elk kind verplicht om naar school te gaan, maar in de omgeving waar ik werkzaam ben, zijn de reguliere scholen niet afgestemd op kinderen met een beperking. Veel kinderen met een beperking kunnen vaak na de ‘kleuterschool’ niet meer meekomen in het reguliere onderwijs en worden van school gestuurd. Dat brengt ons tot het volgende probleem er zijn te weinig speciale scholen en te weinig opgeleide leerkrachten voor het speciaal onderwijs. Kinderen worden dan uit eindelijk vaak thuis gehouden en aan hun lot over gelaten.  
• Zoals hierboven beschreven is de band tussen ouders en kinderen met een beperking niet altijd vanzelfsprekend in India. Het verbeteren van deze band, door kennisoverdracht en begeleiding, wordt binnen Koni als belangrijk gezien. Het verbeteren of herstellen van deze band zou het hoofddoel moeten zijn van elke instelling.  

Kort gezegd : Door het stigma op kinderen met een beperking, de verschillende religies in India en daarnaast door te weinig deskundigheid en bewustzijn over de verschillende handicaps, zullen tehuizen voor kinderen met een beperking altijd nodig zijn.  

Tehuizen zoals Koni zijn dus ontstaan uit nood, om juist deze kinderen een kans te bieden om op te groeien in een veilige omgeving en hierdoor deel uit te maken van de society. En daarnaast kunnen tehuizen zoals Koni ook de ouders ondersteunen en begeleiden zodat wellicht in de toekomst de kinderen weer terug naar hun families kunnen. Op deze manier zorg je voor een win-win situatie.  

Ik zou graag alles wat nu aan het licht is gekomen over de tehuizen niet willen benaderen als een probleem, maar juist als een kans voor ons als ervaringsdeskundigen. Welke mogelijkheid ligt hier voor ons, wat vraagt dit van ons? Wat vraagt dit bijvoorbeeld van mij? En welke rol zouden wij kunnen aannemen om juist de omstandigheden van deze kinderen en tehuizen / instellingen te verbeteren? Wat vraagt deze rol van de UN?  

‘ A problem is not something to be solved, but a message to be listened to.’ Alan Seale. 

Sinds twaalf jaar jaar woon en werk ik in India, in het tehuis Manasa Jyothi Koni (residental home en school voor kinderen met een beperking). In deze jaren heb ik mezelf kunnen verdiepen in de cultuur en spreek ik de taal. Het tehuis manage ik samen met de Indiase staf, bestaande uit Shobha Madhyastha, de administrator, een accountant, 2 lokale teachers en 4 care takers. Wij streven erna om ook twee vrijwilligers uit het buitenland bij ons te hebben werken. In ons tehuis bieden we onderwijs aan 20 kinderen, waarvan 15 kinderen bij ons wonen. 

Pledge “Stop Orphanage Internships”  
The pledge # EveryChildAFamily is a follow-up to the pledge #StopWeeshuisstages that Fontys Hogeschool Pedagogiek signed in 2018. With this, the university indicated that students would no longer do an internships in orphanages. The bonding problems that many children in orphanages face with changing educators are exacerbated by the coming and going of trainees. And so Fontys Hogeschool Pedagogiek no longer allows trainees to go to orphanages. ’ 

Ook deze stelling (met beschreven gevolgen) roept veel vragen bij mij op. Het advies van de Ngo’s om geen vrijwilligers meer te sturen naar weeshuizen/instituten is voor mij moeilijk te begrijpen. Naar mijn inzicht, en vanuit 12 jaar ervaring werken met vrijwilligers, zijn vrijwilligers zeer waardevol op het gebied van kennisoverdracht. Het geschetste probleem met betrekking tot het hechten aan vrijwilligers zie ik in Koni niet terug. De kinderen hechten zich aan hun ouders, waar mogelijk. En daarnaast aan de staf en lokale teachers, dat zijn de ankers voor de kinderen.  

Ik ben het eens dat veel projecten waar vrijwilligers worden geplaatst niet goed kunnen functioneren, omdat er geen goede coördinatie binnen de lokale instellingen is en zo niet gezorgd wordt voor continuïteit. Ook ben ik vrijwilligers tegengekomen die te veel met hun eigen ideaal bezig zijn en onvoldoende kijken naar wat er gevraagd wordt. En de buitenlandse vrijwilligers organisaties zullen altijd blijven bestaan, geld speelt hier namelijk een rol en vrijwilligers (ongeschoold of geschoold ) plaatsten in tehuizen. Door de pedagogische opleidingen te verbieden maak je de toestand alleen maar erger; juist zij zouden geschoold moeten en kunnen worden in het verbeteren van de hechtingsproblematiek van de kinderen en het herstellen van de familiebanden. Ik denk juist dat de wisselwerking tussen de lokale instelling (met lokale staf) en vrijwilligers, die ervaring hebben en opgeleid zijn, een wezenlijk verschil kunnen maken voor de kinderen.  

Volgens mij wordt er iets anders van ons gevraagd dan het meergenoemde pact: Wat dient er te gebeuren nu dit aan het licht is gekomen? En gebruik de kennis en onze ervaring en kijk naar wat er wel nodig en mogelijk is. En mijn wens is dan ook hieraan een bijdrage te leveren; met als doel behoud van de (kleine) tehuizen en het behoudt van de vrijwilligers.  

‘Think global act local’.  

Liefs Maartje 

Voor de hele legde verwijs ik naar deze link: 

www.facebook.com/everychildafamily/ 

I read a special post on linkedin that said 12 NGOs had concluded a pact, concerning children who grow up in orphanages. See below: 

‘ A child deserves a family not an orphanage’ 
The basis for a child’s right to grow up in a family is enshrined in the UN Convention on the Rights of the Child, the UN Convention on the Rights of Persons with Disabilities and the UN Guidelines on Alternative Care for Children. 
Research shows that more than 80 percent of children in institutions (orphanages) worldwide have at least one living parent and/or other family members who could care for them given the right support. In addition, over 60 years of research shows that growing up in an orphanage is harmful to cognitive, emotional and social development. Children develop best in a safe family environment.’ 

It has been 12 years that I have been living and working in India, in a residential home and school Manasa Jyothi Koni, for children with special needs. In these years I have been able to deepen my understanding of the culture and religion, learn the language and adapt to the norms and values.  
I manage Koni together with a strong Indian staff, consisting of an administrator trained in social work, an accountant, 2 teachers and 4 care takers. All of whom are local. We strive to have two professional volunteers from abroad working with us as well. In our home we offer education to 20 children, whom 15 of them live with us.  
My background running an NGO for children with special needs, makes me see reality in a different way than this pact that was signed. I feel I must respond to it.  
First of all let me say that I know NGOs share the same wish, they want the best for each child, including myself of course. I agree that every child, in whatever part of the world, should grow up with his or her parents and / or family. But unfortunately, in reality that doesn’t always work.  
What strikes me the most in this pact, “A child deserves a family not an orphanage”, is that it fails to make exceptions. It doesn’t distinguish between different types of orphanages nor does it take into account the child’s home environment. Here are some of my thoughts: 

• India is a country in which religion plays a very important role. There is still a very strong stigma regarding children and people with special needs. The parents feel shame for the child who was born and go through a grief process in accepting the child.  
Many people in India live in remote areas that hardly have access to knowledge or guidance on raising a child with a disability. Schools for children with special needs are scarce, and so is the Para medical assistance necessary for the parents and child. 
• In India every child is obliged to go to school, but in the area where I work, the regular schools are not accessible for children with special needs. Many of these children are unable to follow the mainstream education after kindergarten, therefore they stop receiving education. That brings us to the next problem; there are not enough special schools or trained teachers for special education, resulting in children who are often kept at home and left to their fate.  
• As described above, the relationship between parents and their children with special needs is a complicated one, and definitely not an obvious one. Improving this bond through knowledge, awareness and guidance, plays a very important role in Koni. Improving or restoring this bond should be the primary objective of any institution or home for children with special needs.  

To conclude, because of the harsh stigma on children with special needs, the different religions in India and the lack of awareness and expertise, homes and institutions for children / young adults will always be needed.  
Homes such as Koni, are born out of a need to give these children a chance to grow up in a safe environment and as a result they can become part of the society. These homes should support and guide the parents and children so that perhaps in the future the child will return to their families again.  

I would like to address these problems that have arisen from homes for the children, as an opportunity for us experienced professionals to ask ourselves. What options do we have? What will it require of us, of me? Wich role could we take in improving the circumstances of these children in homes / institutions ? Which role does it ask from the UN?  

As Alan Seale said ‘ A problem is not something to be solved, but a message to be listened too’. 

Pledge “Stop Orphanage Internships”  
The pledge # EveryChildAFamily is a follow-up to the pledge #StopWeeshuisstages that Fontys HogeschoolPedagogiek signed in 2018. With this, the university indicated that students would no longer do an internship in orphanages. The bonding problems that many children in orphanages face with changing educators are exacerbated by the coming and going of trainees. And so Fontys HogeschoolPedagogiek no longer allows trainees to go to orphanages. ’ 

This statement (with consequences described) also raises many questions to me. The advice of the NGOs to stop sending volunteers to orphanages / institutions or homes is difficult for me to understand. The way I view it, and from 12 years of experience working with volunteers, they are very valuable educators in many fields of knowledge. I don’t see the bonding problems that are mentioned in the pact, in our home.  
The children attach themselves to their parents first of all, wherever possible. In addition the local staff and teachers are the anchors for the children, not the volunteers.  

I agree that projects where only volunteers are placed, cannot function properly. They do not have good coordination with local institutions and staff, therefore continuity is at risk. I also came across volunteers whom are following their own goals instead of asking what the home they have come to needs. I think that the combination of a local institution (with local staff) and volunteers, whom are trained and experienced, can make a substantial difference in the lives of these children. 

I believe that we are being asked a different question than the aforementioned pact; what should happen now that this subject has surfaced? We must use our knowledge and experience to understand what is needed and how to accomplish it. My wish is to make a contribution to this; with the aim of preserving the (small) homes and continuing the work with the volunteers.  

‘Think global act local’.  

Reageer op dit bericht

* verplicht